Stoppen

Mijn mountainbike is stuk. De versnelling moet worden vervangen. Aangezien de fietsenwinkel op een half uur rijden zit, en ik mezelf de tijd niet gun er heen te gaan, fiets ik tegenwoordig op mijn racefiets. Dat is wel even andere koek.

Het woord zegt het al, ik fiets een stuk sneller. Mijn gebruikelijke rondje van 12 kilometer leg ik in drie kwartier af in plaats van een uur. Jammer, want tijdswinst is helemaal niet mijn doel met het fietsen. Ik fiets voor mijn plezier. En om mijn hoofd leeg te krijgen.
Daarnaast is het een stuk minder comfortabel. Mijn mountainbike hangt van veringen aan elkaar. De racefiets hobbelt op enge dunne bandjes, ons onooglijke weggetje vol kuilen en grind af. Ik stuiter mee.
En dan het tandwiel. Dat is klein en het verzet dus enorm. In de allerlaagste versnelling ploeter ik mijn rondje want de stijgingspercentages zijn hier niet mals. Vooral niet het laatste stukje naar huis. Het schijnt dat op Strava (een social media ding voor wielrenners) de laatste 300 meter van ons weggetje als bijzonder uitdagend wordt aangemerkt. Ik heb geen social media nodig om dat te weten, maar de racefiets maakt het me wel extra duidelijk.

De heuvel, die leert me van alles. Al eerder schreef ik over met liefde fietsen, in plaats van met wilskracht. En nu leert de heuvel me om te stoppen. Eerst noodgedwongen, want anders ga ik zo langzaam dat ik omval. Ik ben erg trots wanneer het me lukt om de heuvel op te fietsen met racefiets en wat hulp van wind mee. Nog trotser ben ik de keer daarop, wanneer ik op twee derde van het traject besluit af te stappen. Wie heeft eigenlijk bepaalt dat de eindstreep bij de ingang van de camping ligt en niet 100 meter eerder? Ik hoef niks te forceren, immers ik fiets nog steeds voor de lol en mijn tempo hoef ik gelukkig niet te delen op Strava. Het voelt niet als een afgang, of als falen. Ik mag van mezelf afstappen. Het is een overwinning op moeten.

Geef een reactie