Mijn uitzicht hult zich in lentegroen. Niet meer dat hele felle lichtgroene spul, maar net iets donkerder. Onze buurman boer heeft zijn velden al gemaaid, ze kleuren licht. Erg vroeg in het jaar, begin mei. De afgelopen vijf weken hadden we elke avond een spectaculaire zonsondergang. De zon heeft wekenlang geschenen, de wind woei uit het noorden en oosten en de laatste week was het ronduit zomers. Nu is de wind gedraaid naar het zuiden en er is regen in aantocht. Het waait nauwelijks, maar vanuit het zuidwesten komt er een diepdonkerblauw front aanzetten, die de heuvels in de verte langzaam opslokt.
Mijn oma vond, toen ze in 1938 met de boot uit IJmuiden naar Indonesië vertrok, dat de donkere lucht die zich samenpakte een voorbode was voor de oorlog. De lucht in mijn uitzicht is geen voorbode, eerder een bevestiging van mijn gevoel van onmacht. Ik schreef er al over in Het slechte nieuws en het goede: we hebben het afgelopen jaar een oneindige stroom van slecht nieuws gehad en het gaat voorlopig onverminderd door. Soms is er een sprankje hoop door een behandeling die aanslaat of een tumor die zich gedeisd houdt. Vaker is er na de eerste slechte diagnose en een reeks behandelingen, geen zicht op verbetering. En het blijft me hard raken. Er is een eeuwige herkenning, zelfs na twaalf jaar, van mensen die hetzelfde doormaken, als wat ik heb doorgemaakt. Ook al is het voor hen misschien heel anders. Ik vind dat lastig, ik heb het gevoel dat ik er niet mee om kan gaan: Ik kan het niet naast me neer leggen. Ik kan niet mijn schouders ophalen en door gaan met de orde van de dag. Ik moet iets met die emoties, maar ik wil me er niet door laten overspoelen. Ik wil niet dat ze mijn leven gaan beheersen. Er is zo veel goeds in mijn leven. Ik wil daar niet aan voorbij gaan.
De Tiny Budda komt me te hulp met een mooie spreuk: Niemand kan voor je bepalen hoe je met de dingen omgaat die het leven op je pad legt. Ook niet mijn kritische en rationele deel, die meent dat niemand er iets aan heeft als ik me ellendig voel door andermans ellende. Zoals ik al eerder schreef, ik mag er gewoon mee leven, met mijn gevoeligheid. De tranen komen vanzelf wanneer ze dat nodig achten. Ik denk dat ik ze kan onderdrukken, maar zo werkt het niet. En dat hoeft ook niet. Ik probeer iets praktisch te betekenen voor degenen die ziek zijn en vooral ook voor hun naasten. En ik huil zo nu en dan, vooral wanneer het niet uitkomt. Tussendoor neem ik de schitterende lente tot me, geniet ik van de warmte van de zon en de frisse lucht nu het regent. Het doet me goed, ondanks het verdriet.
